Yorkshire roots

Kunstenaar Joe Etty is geboren in Java Indonesië. Zijn roots gaan terug naar Engeland, naar het noordelijke York.

IN HET JAAR 1777 VESTIGDEN ECHTPAAR MATTHEW EN ESTHER ETTY ZICH IN YORK ENGELAND. EEN CATHEDRAL CITY, HEDEN BEKEND OM DE YORK MINSTER EN DE STADSMUREN. GELEGEN IN NORTH YORKSHIRE. EEN STAD GESTICHT DOOR DE ROMEINEN, DAARNA EEN VIKING NEDERZETTING GENAAMD JORVIC. ZIJ KWAMEN DAAR AAN MET HUN DRIE ZONEN. LATER WERDEN ER IN YORK NOG TWEE ZONEN GEBOREN. DE VIJF BROERS HEETTEN WALTER, JOHN, WILLIAM, THOMAS EN CHARLES.

Vader Matthew was molenaar, zijn ambacht gaf hij door aan zijn zoon John. Zoon Walter werd een succesvolle businessman in Londen. Zoons Thomas en Charles werden beide zeeman. En zoon William was kunstschilder.

Er zijn twee broers die ik in het bijzonder wil bespreken, als eerste mijn voorouder Charles (1793 - 1856). Op zijn geboortedag schonk zijn vader Matthew hem, de familiebijbel. In de bijbel staan alle geboortedata, daarna werd het nog lang bewaard en bijgehouden. Deze bijbel heeft zeker bijgedragen aan het vastleggen van de familie stamboom. Hij voer als stuurman op de Engelse Indiase Company. Later vond hij de mogelijkheid om met zijn eigen schip als onafhankelijke koopman te varen. Zijn basis was in Calcutta (van 1813 tot 1818) en daarna in Surabaya (van 1818 tot 1830) Hij trouwde met Elizabeth Grant-Leal en samen kregen zij vijf kinderen. Enkele werden geboren aan boord van zijn schip, de brik genaamd: Recovery.

In de Indische Courant lees ik over de avonturen van Charles in Java. Op een dag ging hij weer in zijn reiswagen op weg om inkopen te doen. Onderweg kregen zij ter hoogte van Probolingo pech, er was een wiel kapot gegaan en deze moest worden gerepareerd. Hij besloot een wandeling te maken om de tijd te verdrijven. In de omgeving kwam hij een Chinese man tegen die een landgoed aan het opmeten was. De Chinees had een concessie voor een suikerfabriek maar hij kon het niet betalen. Charles besloot het mooie stuk land, gelegen vlak bij de plaats Probolingo, te kopen. De benodigde 10.000,- gulden die hij daarvoor nodig had verkreeg hij door zijn schip inclusief de inhoud te verkopen. Het verhaal gaat dat hij alleen het boegbeeld, De Djimat, wilde houden. Deze werd opgesteld in zijn suikerfabriek, genaamd Wonologan, als herinnering. Hij was de oprichter van deze suikerplantage en fabriek. Charles en zijn familie vergaarden daarmee grote rijkdom. Verschillende familieleden van de oprichter zijn achtereenvolgens administrateur geweest. Er ontstond zodoende een familiebedrijf wat steeds meer kon uitbreiden op Java. Er werd intussen veel meer verbouwd dan alleen suiker. Copra, rubber, koffie en thee vulden het assortiment aan. Er waren drie fabrieken. Het familiebedrijf exporteerde over de hele wereld. Charles is daarna nog eenmaal terug geweest in York, in het jaar 1845. Zijn ‘thuis’ bleef echter de Wonologan suikerfabriek in Probolingo. Zijn zoon Matthew Walter, daarna zijn beide kleinzoons Thomas Charles en Charles, waren zijn opvolgers.

Dan is er William Etty RA (1787 - 1849) een echte familieman, tevens een groot kunstschilder. Hij studeerde aan de Royal Academy of Arts in Londen. Hij is bekend om zijn historische werken maar vooral om zijn naakten. Met zijn realistische kleurgebruik, vooral vleeskleur, maakte hij furore. Zijn kunstwerken van naakten zorgden er wel voor dat hij in zijn tijd een controversioneel kunstenaar werd. Hij schilderde in de klassiek romantische stijl op groot formaat doeken. Veelal historische en mythologische taferelen. In 1828 kreeg hij de zeer eervolle titel: Royal Academician. Ook gaf hij les aan deze gerespecteerde kunstacademie. William was tijdens zijn leven een zeer succesvol kunstschilder. Hij heeft daarnaast veel tijd en geld gestoken in het behoud van de oude stadsmuren van York. Er is een standbeeld voor hem opgericht. Deze staat fier voor York Art Gallery, waar veel van zijn schilderijen tot op de dag van vandaag te bewonderen zijn. Hij leefde vooral in Londen, maar York bleef zijn geliefde stad. Zijn broer Walter (1774 - 1850) was een groot bewonderaar en ook zijn mecenas. Walters zoon, Edward Walter, was ook een groot bewonderaar en heeft veel gedaan om de kunstwerken te behouden en tentoon te stellen. Hij verkocht vanaf 1928 aan York Art Gallery. William bleef tot aan zijn dood ongetrouwd, wel woonde hij vanaf 1824 samen met zijn nicht en soulmate Betsy (1801 - 1888). Zij was de dochter van zijn broer John.

Na een bezoek aan York Art Gallery, is mijn vader zijn betovergrootoom, kunstschilder William Etty, meer gaan bewonderen. Hij wilde ook dat ik hem zou benoemen in dit boek. Het was echter niet deze beroemde kunstenaar die hem in eerste instantie inspireerde om te gaan schilderen, het kunstleven zat hem al in het bloed. Maar hij was er wel trots op om familie te zijn.